Jaarplan 2016

Bedrijfsvoering

Formatie
In de periode 2013 – 2018 daalt de formatie van de Inspectie SZW als gevolg van de taakstellingen op het aantal ambtenaren. Die daling wordt deels gecompenseerd door tijdelijke uitbreidingen. Bijvoorbeeld voor de aanpak van schijnconstructies en voor het onderzoek naar gefingeerde dienstverbanden. Door het aflopen van deze uitbreidingen daalt de formatie vanaf 2016 met ca. 55 fte. In opdracht van het ministerie van VWS doet de Inspectie de komende jaren onderzoek naar fraude in de zorg. Hiervoor is de formatie uitgebreid.

Ontwikkeling Formatie Inspectie SZW 2013 - 2019

2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Formatie SZW-taken 1.112 1.060 1.029 1.026 1.024 1.022 1.022
Tijdelijke formatie SZW-taken 7 40 54 46 33 0 0
Formatie VWS-taken* 27 41 55 52 52 52 52
Totaal 1.146 1.141 1.138 1.124 1.109 1.074 1.074

* De Inspectie verzorgt in opdracht van het ministerie van VWS de opsporing van fraude met persoonsgebonden budgetten en zorgdeclaraties.

Uitgaven

De uitgaven van de Inspectie bestaan voornamelijk uit personeelskosten. Overige kosten zijn voor huisvesting, ICT, materieel en dienstreizen. De komende jaren ontwikkelen de uitgaven zich als volgt:

  2016 2017 2018 2019
(bedragen * € 1 miljoen) 95,55 93,38 90,25 90,24

De Inspectie wil het werk in toenemende mate programmatisch uitvoeren. De HR-agenda voor 2016 wordt hierop toegesneden.

Daarnaast zijn de volgende speerpunten geformuleerd voor 2016:

  • Onverminderde aandacht voor aanpak van psychosociale arbeidsbelasting van Inspectiemedewerkers (werkdruk en agressie en geweld).
  • Verdere professionalisering van de bedrijfsopvang en het versterken van de (juridische) ondersteuning bij incidenten.
  • Doorzetten van de permanente her- en bijscholing die in 2015 van start is gegaan voor de Bijzondere Opsporingsambtenaren binnen de Inspectie.
  • Implementatie van een inspectiebreed introductieprogramma voor nieuwe medewerkers.

De Inspectie bereikt haar huidige en toekomstige doelen uitsluitend als zij beschikt over een adequate informatievoorziening. De afdeling IMV ontwikkelt de informatiehuishouding vanuit een solide basis door. Bruikbaarheid, continuïteit, veiligheid en privacy hebben hierbij de hoogste prioriteit. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met bewezen oplossingen die binnen het Rijk als standaard gelden. 

De belangrijkste producten en diensten op het gebied van informatievoorziening zijn:

  • toegankelijke en beschikbare informatiesystemen;
  • een businessintelligence-omgeving;
  • de aanwezigheid van een informatiestrategie en (meerjarig) informatieplan;
  • adequaat beveiligingsbeleid en de aanwezigheid van een beveiligingsplan.

In 2016 worden enkele speerpunten gerealiseerd dankzij twee projecten:

  • Transparantie: dankzij dit project moet voor de buitenwereld zichtbaar worden waar er geïnspecteerd is en wat het resultaat van de inspectie was.
  • Inspecteren 2.0: in dit project worden tools voor de inspecteurs ontwikkeld waardoor het inspectieproces efficiënter en effectiever wordt.

In 2016 zullen een aantal locaties van de Inspectie verhuizen naar rijksverzamelpanden. Dit is het gevolg van rijksbrede ontwikkelingen op het gebied van huisvesting. De huisvesting van de Inspectie en het werkplekgebruik worden hiermee gemoderniseerd.

Sinds de vorming in 2012 geeft de Inspectie haar werkzaamheden steeds vaker vorm met behulp van programma’s en projecten. Zo kan de organisatie flexibel inspelen op opkomende risico’s en haar activiteiten richten op het tot stand brengen van de gewenste resultaten. 
In 2016 zijn belangrijke speerpunten:

  • Het verder invoeren van resultaatgerichte programma- en projectsturing. Dit betekent dat de Inspectie stuurinstrumenten (door)ontwikkelt om programma’s in de organisatie volgens de dominante lijn van sturing in te richten. Een nieuwe beschrijving van resultaatgebieden met bijbehorende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden verheldert de rollen van leidinggevende.
  • De stuurinformatie toesnijden op de behoeftes in de verschillende managementlagen.

Zoals in eerdere publicaties[1] aangegeven heeft de Inspectie steeds vaker te maken met notoire overtreders, onduidelijke werkverbanden, arbeidsuitbuiting en schijnconstructies. Het kost veel tijd en expertise om deze zaken te onderzoeken, te doorgronden en te handhaven. Het klip en klaar aantonen van constructies om regelgeving, als de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet minimumloon, te ontduiken is complex maar levert in toenemende mate positieve resultaten op. Ook op het gebied van arbeidsomstandigheden zien we naast de gebruikelijke overtredingen steeds vaker complexe situaties. Bij onze inspecties en ongevalsonderzoeken in deze sector zien we dat gevaarlijke klussen vaak worden gedaan door zzp’ers. Daar waar het mis gaat moet in het onderzoek door de Inspectie vastgesteld worden wie de verantwoordelijke werkgever is. Dergelijke onderzoeken zijn ingewikkeld en duren lang.

Ook het toezicht van Inspecties heeft te maken met juridisering. Daar waar we zware instrumenten inzetten als boetes en stilleggingen komt er vaak een tegenreactie. Bedrijven laten zich juridisch ondersteunen. Ook bij inspecties worden onze inspecteurs met een zekere regelmaat vergezeld door een bedrijfsjurist. We zien mee Bedrijven maken vaker bezwaar of gaan in beroep tegen sancties. Deze ontwikkeling van juridisering doet zich voor in nagenoeg alle domeinen van het toezicht. Onze inspecteurs besteden dus veel tijd aan verzamelen en vastleggen van informatie en het behandelen van bezwaarschriften en beroepszaken.

Tot slot zien we verder het aantal Wob-verzoeken stijgen.

Al deze ontwikkelingen maken dat de Inspectie veel tijd investeert in het opleiden en trainen van medewerkers. Deskundigheidsbevordering staat daarbij voorop. Het blijft voor ons een grote uitdaging om een adequaat antwoord te geven op deze vraagstukken. Tot nu toe slagen wij daarin.

De formatie van de Inspectie als gevolg van de taakstelling van Rutte-I in de afgelopen jaren blijvend gedaald met 160 fte. Deze daling wordt voor een deel gecompenseerd door tijdelijke uitbreidingen, bijvoorbeeld voor de aanpak van schijnconstructies en gefingeerde dienstverbanden. Door het aflopen van deze tijdelijke uitbreidingen daalt de formatie tussen 2016 en 2018 met ongeveer 55 fte (zie tabel in paragraaf 5.1).

Al deze ontwikkelingen kunnen effect hebben op onze productie. Het aantal voorgenomen inspecties in 2016 is daarom in een ruime bandbreedte geraamd.

[1] Zie meerjarenplan 2015-2018 en Jaarverslag 2014 van de Inspectie SZW

Kerncijfers handhaving

Realisatie Raming Raming
  2014 2015 2016
Aantal inspecties en onderzoeken arbeidsomstandigheden 17.134 16.000 15.500-16.500
Percentage inspecties waarbij overtreding arbeidsomstandigheden is vastgesteld 60 55 57
Aantal inspecties en onderzoeken binnen bedrijven die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015) 453 400 380-420
Percentage inspecties waarbij overtreding Brzo is vastgesteld 43 38 40
Aantal inspecties Wav, WML, Waadi en overige Arbeidsmarkt
Waarvan onderzoeken Schijnconstructies/ cao-naleving/ gefingeerde dienstverbanden
5.054
46
4.500
190
3.800-4.800
285
Percentage inspecties waarbij overtreding Wav, Wml of Waadi is vastgesteld 19 20 20
Programmarapportages Werk en Inkomen 6 7 6
Overige producten Werk en Inkomen 10 23 18
Opsporing: aantal afgeronde opsporingsonderzoeken SZW-domein 57 56 56
Opsporing: aantal bij het OM aangemelde verdachten 221 145 130-170
Opsporing: vastgesteld nadeel (x mln. €) 32 35 25-35
Opsporing: aantal afgeronde opsporingsonderzoeken VWS-domein 8 10 8-12

In bovenstaande tabel ligt de nadruk op productie in termen van de meer traditionele vormen van toezicht als Inspectie, Opsporing en uitkomsten daarvan. De Inspectie zet in toenemende mate ook andere vormen van toezicht in. Dat betreft bijvoorbeeld nalevingscommunicatie en het druk zetten op ketens middels brancheorganisaties, opdrachtgevers en werknemersverbanden. 
Een getalsmatige presentatie van alleen de inspectieresultaten doet in het licht van bovenstaande onvoldoende recht aan bereikte effecten en resultaten van de Inspectie SZW. In het kader van resultaatgerichte sturing heeft de Inspectie het voornemen om in het volgende jaarplan ook die andere vormen van toezicht in de tabel aandacht te geven. Kwalitatief is de inzet van alle vormen van toezicht in dit Jaarplan in hoofdstuk 4 per programma opgenomen.