Jaarplan 2016

Bestuurlijke handhaving

Het opleggen van juridisch adequate boete- en dwangsombesluiten én het adequaat innen van boetes en dwangsommen zijn essentiële instrumenten voor goede handhaving. Ze helpen om de beoogde maatschappelijke effecten te realiseren. De afdeling Boete, dwangsom en inning (BDI) is een onderdeel van de handhavingsketen van de Inspectie.

Doelen en producten 

  • Het opleggen van juridisch adequate boete- en dwangsombesluiten.
  • Het adequaat innen van de boete- en dwangsomgelden.
  • Het opmaken van de waarschuwingen en preventieve stilleggingen.
  • Het voorbereiden van juridisch adequate preventieve stilleggingen voor de Inspecteur Generaal.

Er worden in 2016 naar verwachting 3000 vorderingen ingesteld van in totaal ongeveer 35 miljoen euro. Dit is mede afhankelijk van het aantal boeterapporten dat op basis van het (aangescherpte) handhavingsbeleid wordt opgemaakt. 

De inning van deze boetes gebeurt overigens over het algemeen door tussenkomst van het CJIB. Het BDI, het boeteopleggend orgaan van de Inspectie, kan besluiten om geen boete op te leggen (nulbeschikking). Bijvoorbeeld omdat er niet genoeg bewijs is dat een organisatie de wet heeft overtreden. Ook kan het BDI besluiten om een boete te matigen, bijvoorbeeld als een overtreding verminderd verwijtbaar is aan een organisatie.

De Inspectie verwacht op basis van haar ervaringen met boete-inning dat zij vaker civiele aansprakelijkheidsprocedures tegen bedrijven en instellingen gaat starten. Dit doet de Inspectie in samenspraak met de landsadvocaat. Als er signalen zijn dat een organisatie de boete niet op reguliere wijze zal voldoen, zal de Inspectie bij schijnconstructies vaker conservatoir beslag inzetten. Ook zal de Inspectie meer procedures starten om de (onrechtmatige) ontbinding van rechtspersonen ongedaan te maken.