Jaarplan 2016

Onderzoek naar aanleiding van meldingen, signalen, verzoeken

De Directie Opsporing van de Inspectie ontvangt meldingen en signalen uit verschillende bronnen. Vanuit bronnen als Meld Misdaad Anoniem, maar ook vanuit de eigen organisatie en andere inspectiediensten. Na een melding onderzoekt de Inspectie of er een vermoeden van strafbare feiten is. Het Openbaar Ministerie bepaalt in overleg met de Inspectie of zij een opsporingsonderzoek start, waarbij strafvorderlijke bevoegdheden kunnen worden ingezet. 

Deze bevoegdheden zijn noodzakelijk om constructies te ontrafelen, strafbare feiten zichtbaar te maken en bewijzen te verzamelen. Om te voorkomen dat misdaad loont, is het afpakken van crimineel vermogen een speerpunt. In dat geval wordt naast het strafrechtelijke onderzoek ook een financieel onderzoek ingesteld met als doel de winst te ontnemen.

Met het Openbaar Ministerie spreekt de Inspectie jaarlijks af welk (richtinggevend) percentage van de opsporingscapaciteit op welke thema’s wordt ingezet. De Inspectie wil daarbij de inzet van opsporingscapaciteit koppelen aan de programmatische aanpak. Daarom is de directie Opsporing van de Inspectie aangehaakt bij een groot aantal sector- en themagerichte programma’s, inclusief een apart programma Uitbuiting. De Inspectie kan dan opsporing inzetten op die plekken waar het naleving effectiever kan afdwingen of om fenomenen aan te tonen.

Bedrijven en instellingen zijn wettelijk verplicht om ongevallen te melden die leiden tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden. De Inspectie onderzoekt deze ongevallen. Als uit het onderzoek blijkt dat er een causaal verband is tussen het ongeval en een overtreding van de arbeidswetgeving, treedt de Inspectie handhavend op. 

De Inspectie onderzoekt ook alle gemelde ongevallen en incidenten bij Brzo-bedrijven. Het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) verplicht bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken om passende risicobeperkende maatregelen te nemen.

Eenmaal per jaar analyseert de Inspectie alle ongevallen die zij heeft onderzocht. De Inspectie gebruikt die analyse om meer te weten te komen over oorzaken van ongevallen in de verschillende sectoren. Deze kennis wordt gebruikt bij de risicoanalyse.

De Inspectie ontvangt klachten en signalen over arbeidsomstandigheden, arbeidstijden, onderbetaling, arbeidsongevallen, illegale arbeid en andere vormen van regelovertreding. De Inspectie heeft één centraal meldpunt waar elke burger, werknemer, werkgever of instantie meldingen kan doen. Het informatieknooppunt van SZW maakt eveneens deel uit van het centrale meldpunt en heeft als taak het veredelen en doorgeleiden van signalen over fraude naar ketenpartners. Daarnaast fungeert het inspectieloket als het aanspreekpunt. 
Voor 2016 heeft het inspectieloket de volgende doelen, producten en resultaten geformuleerd.

Doelen

  • Optimaliseren van het digitaal meldloket voor burgers en bedrijven.
  • Ondersteunen van het openbaar maken van inspectiegegevens.
  • Intensiveren en uitbreiden van de samenwerking met leveranciers, afnemers en ketenpartners.
  • Verbeteren van gedigitaliseerde betrouwbare gegevensuitwisseling en verantwoordingsinformatie.

Producten en resultaten

  • De communicatie op de website wordt aangepast en de klachtformulieren worden geharmoniseerd. Hiermee wordt het mogelijk om met één formulier over meerdere onderwerpen een klacht in te dienen. 
  • De uitvraag in de (buitenlandse) klachtformulieren wordt geoptimaliseerd zodat de inkomende digitale meldingen meer bruikbare informatie bevatten. 
  • Er komen meer onderwerpen waarover men via de website melding kan maken. Hierdoor kunnen signalen over productveiligheid (markttoezicht) en fraude binnen de sociale zekerheid ook digitaal gemeld kunnen worden.
  • De samenwerking met ketenpartners rondom meldingen wordt verbeterd waardoor de kwaliteit van de ontvangen en doorgeleide meldingen is toegenomen. Hierdoor komt er een daling van onbehandelbare meldingen.
  • De interne systemen worden beter toegerust zodat gegevensuitwisseling zoveel mogelijk digitaal plaatsvindt.

De Inspectie behandelt verzoeken voor ontheffingen op de volgende gebieden:

  • permanente nachtarbeid; 
  • kinderarbeid;
  • het werken met vluchtige organische stoffen; 
  • het gebruik van bijzondere liften;
  • het niet hebben van een Nederlands deskundigheidsbewijs voor kraanmachinisten;
  • de Inspectie werkt op verzoek van de Inspectie Jeugdzorg ook mee aan onderzoeken, zoals het Calamiteitenonderzoek Amsterdam.

Het voornemen is per 1 januari 2016 de taken van het toezicht op zelfstandige bestuursorganen aan te passen. Daarbij wordt het organisatiegerichte toezicht op de organisatie van de bestuursorganen en de verantwoording van hun werkzaamheden afgeschaft. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om het toezicht uit het takenpakket van de Inspectie te halen.

De Inspectie kan dit onderzoek nog wel uitvoeren op verzoek van de bewindslieden. De Inspectie maakt het laatste verantwoordingsgerichte onderzoek (Voz) nog wel af in 2016.

De Inspectie heeft bij het Voz 2014 geconstateerd dat de SVB onder druk staat. De SVB concludeerde dit zelf ook. Dit was aanleiding om nader onderzoek in 2015 aan te kondigen. De definitieve scope van het inspectieonderzoek wordt in de loop van 2015 bepaald. Op basis daarvan zal ook inzichtelijk worden of deze werkzaamheden doorlopen naar 2016.