Jaarplan 2016

Taken Inspectie bij opsporing zorgfraude

De Inspectie ontvangt sinds januari 2013 middelen van het ministerie van VWS voor de strafrechtelijke opsporing van fraude met het persoonsgebonden budget (pgb) in de Wet langdurige zorg. Daarnaast voert de Inspectie jaarlijks gemiddeld drie gecombineerde opsporingsonderzoeken uit naar fraude met uitkeringen en pgb’s.

Met deze middelen is binnen de Inspectie een aparte afdeling opgericht. Deze afdeling Opsporing Zorgfraude omvat ruim 50 fte en richt zich op de strafrechtelijke opsporing van fraude met het pgb en declaraties. De keuze voor een aparte afdeling volgt uit de wens om een stevige opsporingsfunctie in de zorg, die zich zichtbaar op dit terrein profileert. Dit maakt het ook mogelijk om de capaciteit te oormerken die vanuit het ministerie van VWS beschikbaar is gesteld. Ook wordt zo voldoende (sector)specifieke kennis en expertise opgebouwd. Die kennis kan worden ingezet bij verdere ontwikkeling van het beleid. 

De Inspectie brengt jaarlijks een signaleringsbrief met de opgedane inzichten uit aan het ministerie van VWS. Daarnaast participeert Inspectie in (interdepartementale) overleggen, werkgroepen en samenwerkingsverbanden om de gehele keten. De opsporingsonderzoeken die de afdeling Opsporing Zorgfraude voor het ministerie van VWS uitvoert, hebben door de separate financiering geen gevolgen voor de opsporingsonderzoeken die Inspectie op het terrein van Werk en Inkomen uitvoert.

Met het ministerie van VWS is afgesproken welke inhoudelijke prioriteiten de Inspectie aanhoudt bij de opsporing van zorgfraude. Deze prioriteiten sluiten aan bij de aandachtsgebieden van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Alle opsporingsonderzoeken die de Inspectie uitvoert, vallen onder het gezag van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie.