Jaarplan 2016

Risico's

Het Meerjarenplan 2015-2018 van de Inspectie SZW is tot stand gekomen na een inspectiebrede risicoanalyse (IRA 3.0) die in 2013 en 2014 is uitgevoerd. Het Jaarplan 2016 is gebaseerd op de programmeerlijnen in dit meerjarenplan. Daarom is voor dit jaarplan niet opnieuw een inspectiebrede risicoanalyse uitgevoerd. 

Wel is de methodiek van de risicoanalyse in het afgelopen jaar verder aangescherpt. Dit heeft tot twee aanvullende acties geleid: 

  1. het maken van een koppeling tussen de blootstelling aan een risico en sectoren;
  2. het uitvoeren van een aanvullende risicoanalyse voor het domein Werk en Inkomen.

De resultaten van deze acties zijn input geweest voor het Jaarplan 2016.

De Inspectie heeft vastgesteld in hoeverre werknemers in specifieke sectoren worden blootgesteld aan de risico’s die IRA 3.0 heeft opgeleverd. Zij heeft daarbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt van cijfermateriaal, met name gegevens uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en uit Arbo In Bedrijf (AIB). De NEA bevraagt jaarlijks ruim 25.000 werknemers over hun arbeidsomstandigheden en wordt uitgevoerd door TNO en het CBS in opdracht van het ministerie van SZW. AIB is een door de Inspectie zelf uitgevoerde tweejaarlijkse monitor. Hierbij maken inspecteurs een rondgang langs een representatieve steekproef van bedrijven, en leggen ze gegevens vast over de arbeidsomstandigheden in die bedrijven. 

Daarnaast heeft de Inspectie gegevens gebruikt:

  • uit haar analyse van meldingsplichtige arbeidsongevallen; 
  • over de uitgevoerde inspecties en de daarbij geconstateerde overtredingen;
  • uit door de Inspectie opgestelde rapportages en uit andere bronnen. Dit was meer kwalitatieve informatie.

Op basis van deze gegevens is een maat ontwikkeld. Die geeft aan of de blootstelling aan een bepaald risico in een specifieke sector meer of minder vaak dan gemiddeld voorkomt. Waar mogelijk is deze blootstelling gescoord op een schaal van 1 tot 5, van iedere combinatie risico/sector. 

Waren er niet voldoende cijfers beschikbaar? Dan heeft de Inspectie een kwalitatieve score aan de combinatie risico/sector toegekend: komt blootstelling aan het risico wel of niet meer dan gemiddeld in die sector voor. Dit gebeurde op basis van rapportages en andere bronnen. Vooral voor de risico’s op het domein ‘Eerlijk werk’ zijn vaak kwalitatieve scores gebruikt: voor dit domein waren er nauwelijks betrouwbare gegevens beschikbaar.

Dit heeft geleid tot een tabel waarin voor elke combinatie risico/sector de blootstellingsscore af te lezen is. Dit is niet alleen gedaan op het niveau van hoofdsectoren (in totaal 13), maar ook op het niveau van sectoren (in totaal 27) en van subsectoren (waarvan er meer dan 100 zijn). 
Naast de tabel is er een dashboard gemaakt met de belangrijkste kengetallen per hoofdsector. Ook zijn de gegevens gebruikt voor een figuur waar de risico’s op de dimensies ‘blootstelling’ en ‘effect’ zijn afgebeeld. Voor de dimensie ‘effect’ zijn de waarden gebruikt die in IRA 3.0 waren bepaald. Hieronder staat een voorbeeld van de figuur voor de hoofdsector Informatie. Daarin staan alleen de kwantitatief gescoorde risico’s afgebeeld. Deze resultaten zijn vooral gebruikt in het tot stand brengen van de programmering voor het Jaarplan 2016.

 

Risico's sector Informatie en Communicatie

 

04.4 Positie werknemer
05 Fysieke overbelasting
05.1 Dynamische overbelasting
05.2 Statische overbelasting
05.3 Energetisch overbelasting
05.4 Beeldschermwerk
06.2 Geluid
06.4 Niet ioniserende straling
07 Gevaarlijke stoffen

07.1 K&M-stoffen
07.5 Overige stoffen
08 Biologische agentia
09 Psychosociale overbelasting
09.1 Werkstress
09.2 Ongewenst gedrag
10.1 Arbeidstijden volwassen
10.2 Arbeidstijden jeugdigen
11 Onveiligheid werkplek

11.1 Fysiek contact met object
11.3 Explosie of brand
11.4 Gevaarlijke atmosfeer
11.5 Elektrocutie
13 Ontwerp arbeidsmiddelen
14 Onvoldoende arbozorg
14.5 Niet melding ongevallen 

De Inspectie heeft een aanvullende risicoanalyse uitgevoerd voor het domein Werk en Inkomen (ARA W&I). Daar was behoefte aan om drie redenen

  • Er was behoefte om de vier hoofdrisico’s op het domein Werk en Inkomen die IRA 3.0 had opgeleverd, concreter te maken. Daarmee kon de stap van risico’s naar concrete programma’s makkelijker worden gezet. 
  • Per 1 januari 2015 is een groot aantal taken binnen het sociale domein via de Participatiewet, de WMO en de Wet op de jeugdzorg naar de gemeenten gedecentraliseerd. Dit heeft grote gevolgen voor de mogelijke risico’s binnen het domein Werk en Inkomen. 
  • Om de programmering voor 2016 en verder in te vullen, was er behoefte aan zo actueel mogelijke informatie over het domein Werk en Inkomen, juist ook vanwege alle nieuwe ontwikkelingen.

 

De Inspectie heeft in de eerste maanden van 2015 een methodiek ontwikkeld die specifiek is gericht op stelseltoezicht. Deze heeft ze direct toegepast op het domein Werk en Inkomen. De ontwikkelde methodiek bestond uit zeven stappen:

  1. In kaart brengen van de beleidsdoelen, de instrumenten (inclusief wetgeving), de kenmerken van personen binnen het sociale domein, de problemen waarmee zij te maken hebben, de actoren binnen het sociaal domein en de bronnen waaruit risico’s af te leiden zijn. 
  2. Een selectie uit de bronnen: geschreven bronnen zoals onderzoeksrapporten, maar ook levende bronnen zoals vertegenwoordigers van belangenorganisaties. 
  3. Inventarisatie van de risico’s en vastleggen van informatie over de aard en kenmerken van die risico’s, door systematische inhoudsanalyse op de bronnen.
  4. Analyse van de risico’s: de omvang van de blootstelling, de kans van het optreden van het risico, de ernst van het effect voor het individu en de ernst voor de maatschappij. 
  5. Verificatie van de volledigheid en juistheid door een aantal interactieve sessies met de directie W&I, stakeholders en experts.
  6. In kaart brengen hoe de Inspectie meerwaarde kan hebben bij de geconstateerde risico’s. 
  7. Opstellen van het eindoverzicht. Deze bevatte 22 hoofdrisico’s en ruim 150 subrisico’s. Deze 22 hoofdrisico’s zijn in onderstaand risicodiagram afgebeeld. Deze resultaten vormden de basis voor de programmering op het domein Werk en Inkomen.


In 2016 onderzoekt de Inspectie of deze methodiek toepasbaar is op andere systeemgerichte risico’s binnen het SZW-domein. In dat geval kan de Inspectie de resultaten van IRA 3.0 breder actualiseren als voorbereiding op het Jaarplan 2017. Uiteindelijk wil de Inspectie komen tot een continu proces van risicoanalyse. Zo heeft zij op elk moment actueel inzicht in de belangrijkste risico’s, de kans dat die risico’s optreden en de ernst van de effecten voor individuen en voor de maatschappij. Daarmee kan de Inspectie haar jaarprogrammering op de meest actuele stand van zaken baseren en tijdens het jaar snel en accuraat reageren op veranderingen in risico’s.