Jaarplan 2016

Voorwoord

Dit jaarplan beschrijft in grote lijnen de activiteiten die de Inspectie SZW in 2016 wil uitvoeren. Het is het tweede jaar van uitwerking van het Meerjarenplan 2015-2018.

Voor ieder programma staat beschreven:

  • welke risico’s de Inspectie ziet;
  • welke aanpak de Inspectie inzet;
  • en welke activiteiten de Inspectie specifiek in 2016 uitvoert.

De Inspectie SZW werkt aan een sociaal en krachtig Nederland, met gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen. Daarbij zet de Inspectie het komende jaar opnieuw in op een stevige aanpak van notoire overtreders en ernstige misstanden.

Ook in 2016 gaat de Inspectie risicogestuurd te werk, waarbij de beschikbare capaciteit wordt ingezet waar deze het hardste nodig is. De samenwerking met andere toezichthouders en overheidsdiensten wordt voortgezet en versterkt. Een belangrijk aandachtsveld daarbij is het gedecentraliseerde sociale domein, met name op het gebied van jeugd, zorg en participatie. Internationaal wordt eveneens zoveel mogelijk samengewerkt met andere inspecties. Het EU-voorzitterschap van Nederland in 2016 biedt ons daar – tijdens een congres en een conferentie voor toezichthouders - extra mogelijkheden toe.

Binnen de huidige maatschappelijke ontwikkelingen zien we een toenemende wens van politiek en samenleving om transparanter om te gaan met overheidsinformatie. Ook de Inspectie SZW geeft steeds meer invulling aan deze transparantie. Daarbij laten we zien waar, wie en wat we inspecteren en wat daarbij onze bevindingen zijn. In 2014 zijn we gestart met het inzichtelijk maken van de uitkomsten van inspecties bij asbest saneringswerkzaamheden en Brzo-bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Op basis van de Wet aanpak schijnconstructies zullen in 2016 nu fasegewijs alle inspectiebevindingen openbaar worden gemaakt.

Daar waar de uitkomsten van ons werk aan de ene kant steeds zichtbaarder zijn, ervaren we aan de andere kant dat onderzoeken voortdurend complexer worden. Dit doet zich met name voor op het gebied van schijnconstructies en arbeidsomstandigheden. Daarnaast zetten bedrijven vaker juristen in als reactie op hoge boetes of stilleggingen. Inspecteurs zijn hierdoor meer tijd kwijt aan het verzamelen van informatie in verband met bezwaarschriften en beroepszaken. Met een teruglopend personeelsbestand zijn dan ook voortdurend scherpe keuzes nodig.

 

Mr. J.A. van den Bos

Inspecteur-generaal
Sociale Zaken en Werkgelegenheid