Jaarplan 2016

Speerpunten

Met strenge maatregelen wil de Inspectie overtredingen ontmoedigen en uiteindelijk uitbannen.
Rechtvaardigheid staat daarbij voorop: eerlijke concurrentie, goede arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden voor iedereen en sociale voorzieningen voor wie die echt nodig heeft. De Inspectie legt de focus op de aanpak van bedrijven en instellingen – en de personen die daar achter zitten – die stelselmatig de regels overtreden. Maar ook ‘nieuwe’ overtreders worden aangepakt wanneer deze uit de risicoanalyse naar voren komen.
De Inspectie analyseert continu of nieuwe risico’s optreden die tot mogelijke aanpassingen van inspectie-inzet aanleiding geven. Deze analyse is gebaseerd op alle bevindingen, signalen, onderzoeken, monitoring en uitkomsten van reactieve inspecties.

Notoire overtreders zijn bedrijven of instanties die herhaald overtredingen begaan. De Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Wahss) geeft de Inspectie instrumenten om notoire overtreders stevig aan te pakken en zwaardere sancties op te leggen.
Belangrijke onderdelen van de wet zijn:

  • hogere boetes;
  • hogere boetes bij herhaalde overtreding;
  • preventieve stillegging van werkzaamheden (bij recidive).

Naast deze mogelijkheden zet de Inspectie ook strafrechtelijke onderzoeken in om notoire overtreders aan te pakken.

2016

In 2016 blijft de Inspectie zich richten op de aanpak van notoire overtreders en schijnconstructies. De Inspectie zet zwaar in op het herinspecteren van bedrijven waar eerder een (ernstige) overtreding is geconstateerd. De Inspectie zal ook herinspecties uitvoeren bij ongevalonderzoeken waarbij een boete is opgelegd en bij klachtonderzoeken die gegrond zijn verklaard

Misstanden zijn ernstige overtredingen van wetten of regels, waardoor werknemers of andere personen onaanvaardbare risico’s lopen. In deze categorie vallen ook overtredingen die de overheid op een grove manier benadelen en overtredingen die het rechtsgevoel in de samenleving schenden.

2016

In 2016 blijft de Inspectie zich richten op werkgevers die de regels bewust omzeilen en (ernstige) overtredingen begaan. Ze besteedt aandacht aan (nieuwe) complexe fenomenen, zoals schijnconstructies en pseudo-zzp-schap. Dit doet de Inspectie onder meer via inspecties, opsporing, signaleringen en handhavingscommunicatie.

Naast deze inhoudelijke focus is de voortdurende ontwikkeling van toezicht en de inspectieorganisatie een speerpunt. De werkzaamheden worden vormgegeven aan de hand van maatschappelijke ontwikkelingen, beleidsontwikkeling en de verschuiving van risico’s. 

Bij die verschuivingen gaat het bijvoorbeeld om vergrijzing, langer doorwerken, het managen van psychosociale belasting, digitalisering, voortgaande integratie van de Europese Arbeidsmarkt, de toename van zzp’ers en zelfregulering. De ontwikkelingen en welke gevolgen deze moeten hebben voor vorm en inhoud van het toezicht staan beschreven in het Meerjarenplan en hoofdstuk 2 en 3 van dit Jaarplan. 

De Inspectie bekijkt steeds welke gevolgen deze ontwikkelingen moeten hebben voor de vorm en inhoud van het toezicht. Dit zal een onderwerp zijn van ‘De Staat van Werk’.

Per 1 januari 2012 zijn de toezicht- en opsporingstaken van het ministerie van SZW samengebracht binnen één Inspectie. Evaluatie in 2014 wees uit dat samenvoegen een goede keuze was. Wel was het nodig om een aantal ontwikkelingen dat in gang was gezet verder vorm te geven. Dit was aanleiding voor de opzet van de Agenda 15-18 waarbinnen projecten zijn geformuleerd die deze doorontwikkeling verder gestalte geven. Deze projecten bevatten onder andere de verdere ontwikkeling van risicogericht, programmatisch, en resultaatgericht werken, de organisatie van de strategische kennisfunctie en signaleringsfunctie van de organisatie en projecten gericht op het verder door ontwikkelen van het strategische HRM-beleid van de organisatie.
Medio 2015 heeft de Inspectie er voor gekozen deze doorontwikkeling een extra impuls te geven, waarbij het voornemen is om in 2016 toe te werken naar een nieuwe inrichting met programmatisch werken als basis.